Opdracht van het KIK


De opdracht van het KIK werd bepaald bij de oprichting in juni 1948. De laatste aanpassing (K.B. van 4 maart 2012) verscheen in het Belgisch Staatsblad op 16 maart 2012.


Artikel 1

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium is een federale wetenschappelijke instelling die ressorteert onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort.


Artikel 2

De opdrachten van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium bestaan uit het wetenschappelijk onderzoek en de conservering van de goederen van het nationaal patrimonium.

Artikel 3


§ 1. Deze opdrachten worden verwezenlijkt :
- door het samenstellen van een inventaris van de werken op fotografische of numerieke drager;
- door het beheer van de documentaire, wetenschappelijke en technische gegevens in verband met het kunstpatrimonium;
- door de valorisatie en de verspreiding op nationaal en internationaal vlak van de wetenschappelijke gegevens
- door onderzoek over de Belgische kunst, de materialen en technieken gebruikt in de kunst en de kunstnijverheden;
- door de controle op en de ontwikkeling van conserveringsmaterialen en -technieken;
- door het behoud en de behandeling van het bezit en door de ondersteuning van initiatieven die in dit verband genomen worden;
- door de actieve deelname aan nationale en internationale wetenschappelijke projecten en bijeenkomsten.

§ 2. In het kader van de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in § 1, kan het Instituut op verzoek van een in België gedomicilieerde natuurlijke persoon of rechtspersoon de staat van conservering van een of meerdere goederen gratis of tegen vergoeding vaststellen.

Tijdens een van die vaststellingen en in geval van gevaar of overmacht waardoor de conservering van een of meerdere elementen van het nationaal patrimonium op losse schroeven kan worden gezet, is het Instituut gemachtigd om gratis of tegen een specifieke vergoeding elke nuttige handeling te verrichten.

Het bevoegde beheersorgaan wordt geregeld op de hoogte gesteld van de situaties als bedoeld in het tweede lid en van de verrichte handelingen.


Artikel 4

Het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium moet een digitaliseringsplan opstellen dat tezelfdertijd betrekking heeft op de samenstellende delen van het patrimonium, te weten de digitalisering van de collecties, de documenten en de databanken, en de informatie-systemen met betrekking tot het patrimonium door de ontwikkeling van de elektronische informatie on line en off line.


Artikel 5

Het Instituut houdt een register bij van de verslagen van de conservering en de analyses opgesteld door zijn personeelsleden of zijn externe van buitenaf. Hij stelt de voorwaarden vast voor de raadpleging ervan en informeert het publiek hierover.

Artikel 6 
 
§ 1. De restaurateurs die bij het Instituut stage gelopen hebben, eraan voldaan hebben en die in België werkzaam zijn, kunnen worden bekleed met de hoedanigheid van restaurateur-correspondent van het Instituut.
§ 2. Dezelfde hoedanigheid kan worden toegekend aan externe restaurateurs gespecialiseerd in de restauratie van culturele goederen en/of het openbaar patrimonium en die in België werkzaam zijn.
§ 3. Die hoedanigheid wordt ambtshalve toegekend aan de statutaire restaurateurs van het Instituut op het moment dat hun eervol ontslag uit hun functies wordt verleend.
Het eerste lid kan van toepassing zijn op de contractuele restaurateurs van het Instituut bij hun vertrek of hun pensionering.
§ 4. Dit artikel is niet van toepassing op studenten van de eerste en tweede cyclus. 


Artikel 7   

De aanvraag van de hoedanigheid van restaurateur-correspondent moet gebeuren via een aan de algemeen directeur van het Instituut gerichte brief en is onderworpen aan de naleving van de volgende voorwaarden:
  1° ) voor de kandidaten als bedoeld in artikel 6, § 1:
  - bewijzen een diploma te bezitten van de tweede cyclus op het gebied van conservatie-restauratie of op een gelijkgesteld gebied, uitgereikt in een van de staten van de Europese Economische Ruimte;
  - een voldoende kennis van het Nederlands of van het Frans aantonen;
  - een bijscholingsstage hebben gelopen van minstens zes opeenvolgende maanden in het Instituut en eraan voldaan hebben;
  - solliciteren op voorlegging van een cv binnen drie jaar na afloop van de voornoemde stage;
  2° ) voor de kandidaten als bedoeld in artikel 6, § 2 :
  - bewijzen een diploma te bezitten van de tweede cyclus op het gebied van conservatie-restauratie of op een gelijkgesteld gebied, uitgereikt in een van de staten van de Europese Economische Ruimte;
  - bij het Instituut in de drie jaren voorafgaand aan de aanvraag een in het Nederlands of in het Frans opgesteld verslag hebben ingediend met betrekking tot een conservatie-restauratie voor rekening van het Instituut en opgenomen in het register als bedoeld in artikel 5.


Artikel 8 

§ 1. Zo de aanvraag ontvankelijk wordt beoordeeld, legt de algemeen directeur ze voor aan de door hem hiervoor opgerichte commissie.
  Zij telt drie leden, te weten de algemeen directeur die ze voorzit, de operationeel directeur belast met de restauratietaken of bij diens ontstentenis de dienstdoende persoon en een lid van het wetenschappelijk personeel van het Instituut van op zijn minst klasse SW2 dat gespecialiseerd is in de restauratietechniek van de kandidaat.
  Zo geen enkele van de voornoemde leden van de commissie van dezelfde taalrol of hetzelfde taalstelsel is als die of dat van de kandidaat of het bewijs niet heeft geleverd van de kennis van de tweede landstaal overeenkomstig artikel 43, § 3, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, moet de commissie worden bijgestaan door een wetenschappelijk personeelslid of een personeelslid van niveau A van dezelfde taalrol of hetzelfde taalstelsel als die of dat van de kandidaat : hij/zij is niet stemgerechtigd.
  Een ander personeelslid van niveau A van het Instituut wordt door de algemeen directeur aangewezen als secretaris-rapporteur van de commissie waarin hij/zij ook niet stemgerechtigd is.
  § 2. De commissie legt haar huishoudelijk reglement vast met daarin minstens wat volgt:
  - de nadere regels voor de bijeenroeping van de vergaderingen;
  - de regeling voor de indiening van dossiers;
  - de wijze van opstelling van de gemotiveerde beslissingen;
  - de wijze van opstelling en goedkeuring van de notulen
  De beslissingen van de commissie worden bij consensus genomen. Zo er na de discussie geen enkele beslissing bij consensus kan worden genomen, gaat de voorzitter van de commissie over tot een geheime stemming.
  De beslissingen worden schriftelijk door de algemeen directeur aan de kandidaten meegedeeld, waartegen geen beroep mogelijk is.
  Het huishoudelijk reglement wordt door toedoen van het Instituut aan het publiek meegedeeld.
  § 3. De personen die krachtens dit artikel het voordeel van de hoedanigheid van restaurateur-correspondent hebben gekregen, worden opgenomen in een aparte rubriek van het register als bedoeld in voornoemd artikel 5. Die hoedanigheid wordt voor een onbepaalde duur toegekend.
  De personen die hun activiteit stopzetten bij hun pensionering kunnen bij het Instituut het emeritaat ter zake aanvragen.
  De personen kunnen hun hoedanigheid verliezen bij beslissing van het Instituut en zodoende uit het ad-hocregister worden geschrapt als:
  - zij dat om persoonlijke redenen vragen;
  - zij hun activiteiten niet meer in België verrichten om een andere reden dan de leeftijdsgrens;
  - een tegen hen uitgesproken rechterlijke beslissing invloed heeft op de eerbaarheid van de uitoefening van hun beroep.
  § 4. Bij de toekenning van de hoedanigheid van restaurateur-correspondent is het Instituut geenszins aansprakelijk ten aanzien van de begunstigden wat de dagelijkse uitoefening van hun beroepsbezigheden betreft. 


Artikel 9

Op voorstel van de algemeen directeur mag de Minister van Wetenschapsbeleid de titel van wetenschappelijk correspondent van het Instituut verlenen aan externe personen met relevante wetenschappelijke titels die een doorslaggevende rol spelen bij het samenwerken met de instelling of bijdragen aan de uitstraling ervan. Die titel kan hun op dezelfde manier worden ontnomen wanneer de samenwerking stopt. "

Overgangs- en slotbepalingen

§ 1. De personen die binnen een periode van tien jaar voor de inwerkingtreding van dit besluit aanspraak hadden kunnen maken op het voordeel van de bepalingen van de artikelen 6 tot 8 van het voornoemde besluit van de Regent van 24 juni 1948, kunnen een erkenningsaanvraag indienen bij de algemeen directeur van het Instituut tegen de volgens hun respectieve hoedanigheid door de voornoemde artikelen vastgelegde voorwaarden en nadere regels.
§ 2. § 1 treedt buiten werking op 31 december 2014.